In de aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart kunt u hier de essays lezen, die horen bij ons verkiezingsprogramma. Hieronder het essay van Wil de Kort.

Besturen en bestuurd worden.

Hoe mensen aankijken tegen het functioneren van het openbaar bestuur staat de laatste jaren volop in de belangstelling van de inwoners. Zij hebben regelmatig daar hun vragen over, want het is terecht dat bestuurders niet meer zoals een aantal jaren geleden op een onnatuurlijk maatschappelijk voetstuk staan.

Bestuurlijk zuiver zijn

Dat vraagt van degenen die ons vertegenwoordigen in het openbaar bestuur een open en duidelijke houding. Daarbij komt steeds naar voren dat zij er zijn om de algemene belangen te dienen. Daarvoor zijn ze gekozen. Er mag nooit enige twijfel ontstaan dat zij daarbij de voorkeur geven aan iets anders dan die algemene belangen. De volksvertegenwoordigers van PrO zullen, als dat nodig is, daar elkaar op aanspreken. Maar zij doen dat ook als andere vertegenwoordigers in het gemeentebestuur van Oisterwijk dat doen.

De schaal van besturen

Bij de discussie over hoe groot gemeenten moeten worden drie zaken door elkaar gehaald; de bestuurlijke maat (hoeveel inwoners wil de burgemeester, wethouder of raadslid onder zich hebben), de geldmaat (hoe efficiënt kunnen de taken van de gemeente uitgevoerd worden) en de sociale maat (waar inwoners zich goed bij voelen).

Naar mijn overtuiging wordt het gevoel dat mensen bij de schaal van hun leefomgeving voor het grootste deel niet bepaalt door hoeveel mensen er wonen. Of mensen zich betrokken voelen bij hun omgeving hangt veel meer af van hun sociale verbanden in de buurt, hun verenigingen en andere sociale organisaties. De “toevallige” grootte van hun gemeente speelt daar nauwelijks een rol bij. De sociale maat is van veel meer invloed voor dat welbevinden  dan de bestuurlijke maat. En in alle discussies die gevoerd worden over herindeling zie je de argumenten die vanuit de bestuurlijke maat en vanuit de geldmaat komen. De sociale maat hoor je niet in de discussies en dat is waar de inwoners moeite mee hebben. Dat wil uiteraard niet zeggen dat er die geldmaat niet mag zijn. De steeds ingewikkelder wordende samenleving vraagt ook om slimme en betaalbare oplossingen, want wij willen als burger ook niet de hoofdprijs betalen voor wat de overheid ons levert.

Kortom een pleidooi om ook de sociale schaal te betrekken in de afweging. En wie kunnen het beste hun mening geven over die sociale schaal? Dat zijn de inwoners zelf. Met deze ogen is het ook goed om te kijken naar de discussie over gemeentelijke herindeling en samenwerking. Het meewegen van alle maten is waar ik voor pleit. En dat geldt zowel bij de herindeling met Haaren als die met Goirle en/of Hilvarenbeek. En voor het meewegen van de sociale maat zijn eerst de inwoners aan zet. Dat betekent dus dat, als de inwoners van  bijvoorbeeld Haaren bij onze gemeente willen horen, zij van harte welkom zijn.

Zicht op samen besturen

In gemeenteland wordt al heel veel regionaal samengewerkt. Denk daarbij aan de jeugdhulp, de geestelijke gezondheidszorg, arbeidsmarktbeleid ,woningbouwplanning, de veiligheidsregio, de omgevingsdienst. En soms gaat dat goed en soms gaat dat minder. Wat daarbij vooral knelt is dat bij een groot samenwerkingsverband (denk daarbij bijvoorbeeld aan de GGD of de Omgevingsdienst) een individuele gemeente nauwelijks nog iets te zeggen heeft en een gemeenteraad eigenlijk ook de controle op dat geheel kwijt is. Meestal is het zo geregeld dat als de grootste gemeenten het samen eens zijn het ook zo gaat gebeuren. Dat vind ik geen goede zaak. Met wat moeilijker woorden gezegd “de democratische legitimiteit en de democratische controle op de gemeenschappelijke regelingen staat onder druk”. Ik pleit er voor om dat te veranderen. En een goed middel daarvoor is daarvoor het geven van een “vetorecht” aan elke gemeente om het op een onderdeel niet met de rest eens te zijn. Natuurlijk moet de gemeente, die een vetorecht claimt op dat onderdeel, de kosten voor haar rekening nemen. Maar wat ook gaat gebeuren is dat de Gemeenschappelijke Regeling (GR)  nu meer moeite moet gaan doen om alle gemeenten mee te krijgen. Want ze moeten dan iedereen mee gaan krijgen. Aan de andere kant krijgt de gemeenteraad daarmee een echt middel in handen om een GR in haar richting te krijgen. En de democratische controle is daarmee gediend.