Ik hoor de woorden van mijn moeder nog galmen: “Gebruik de spullen waar ze voor zijn”. Dat is wat ze me leerde als ik weer eens op de leuning van een stoel zat of een toren bouwde van servies. Herhaling is de moeder van de studie blijkt weer. Deze les is blijkbaar nogal diepgeworteld, want nu ineens komt ‘ie weer boven. En met nu bedoel ik het moment waarop een breed gedragen raadsakkoord wordt gepresenteerd aan de inwoners van de gemeente.

Tot nu toe was een coalitieakkoord de standaard. Een raadsakkoord is iets fundamenteel anders. Het is als appels met peren vergelijken. In een coalitieakkoord ga je direct op zoek naar de mogelijkheden om je partij-idealen te verwezenlijken. Het is een beetje als koehandel. Jij krijgt deze kaart, dan krijg ik die kaart. We ruilen twee kippen en een varken van jou tegen een paard van mij. Na wat over en weer handelen ligt daar dan als resultaat een akkoord tussen twee of meer coalitiepartijen. En daarmee ook een nagenoeg volledig uitgestippeld tijdspad voor alle te realiseren doelen nog vóórdat de raadsperiode daadwerkelijk begint. Het is een concreet plan om als politieke partij mee terug te gaan naar je achterban om te kunnen laten zien wat de onderhandelingen hebben opgeleverd. Je kunt je voorstellen dat dit behoorlijk wat zekerheid biedt. En zekerheid vinden mensen fijn. 

En dan is daar de tegenhanger, de durfal: het raadsakkoord. Een raadsakkoord betekent dat álle partijen samen in een kamer gaan zitten om te bespreken welke dieren we in onze koehandel hebben. En dat blijkt een behoorlijke dierentuin vol te zijn. Er wordt niks geruild, alleen in kaart gebracht wat en hoeveel er is. Er worden geen beslissingen genomen, niemand geeft zijn varkens op voor een paard van de ander. Dat gebeurt pas in een later stadium, namelijk in de raadszaal tijdens een debat. Als blijkt dat de meerderheid vindt dat we dat paard moeten kopen in plaats van die varkens. Een raadsakkoord líjkt niet alleen, maar ís ook veel minder concreet dan een coalitieakkoord. Eigenlijk is het niet meer dan een inventarisatie, een gespreksrapport van een vele uren tellend dialoog tussen alle partijen. Vaagheid is onzekerheid. En onzekerheid vinden mensen niet fijn. Maar onzekerheid en niet-weten zorgt wel voor creativiteit en aanpassingsvermogen. Het leidt zelfs vaak tot nieuwe ideeën en revolutionaire inzichten. Het zorgt ervoor dat we niet krampachtig vasthouden aan wat er al is, maar alert zijn op wat er kan zijn.

We kunnen het één niet beoordelen als het ander. Einstein zei ooit: “Iedereen is een genie, maar als je een vis beoordeelt op basis van zijn vermogen een boom te beklimmen, zal het zijn hele leven lijden. Denkend dat hij dom is.” Een raadsakkoord is geen coalitieakkoord en we kunnen het dus ook niet vergelijken. Dat zou niet eerlijk zijn. Dan zouden we over vier jaar alleen maar concluderen dat de vis niet in bomen kan klimmen. Laten we de spullen gebruiken waar ze voor zijn, zodat we over een tijd realiseren dat we ons met een raadsakkoord als een vis in het water voelen.

Stefanie Vulders
Raadslid PrO

BewarenBewaren