Annelies Witzel (plek 10 op onze lijst) heeft veel ervaring in de gezondheidszorg als gezondheidspsycholoog. Ze is ook commissielid Inwonerszaken en in dit essay pleit zij voor het meer inzetten van preventie en innovatiegelden, zodat kinderen eerder kunnen worden geholpen. U leest haar verhaal hieronder.

Jeugd (gezondheids)zorg

  • “ Wil jij even boodschappen halen en kun je straks dan ook de aardappels schillen. “
  • “Je moet even voor mama stofzuigen want ze is te moe.”
  • “Je mag geen vriendinnetjes meer meenemen hoor want papa kan niet meer tegen de herrie.”
  • “Papa is vergeten dat je vandaag een uitvoering had.”
  • “Wat heb ik nou weer verkeerd gedaan? “ vraagt L. zich af nadat moeder ineens tegen haar uitvalt.

Een paar voorbeeldjes van wat kinderen meekunnen maken als ze een ouder hebben met een chronisch ziektebeeld en/of niet aangeboren hersenletsel (NAH) of een psychiatrische stoornis. De mantelzorgkinderen hebben het vaak thuis zwaar, zowel psychisch als ook in bepaalde gevallen worden ze fysiek belast.

Een ander voorbeeld van kinderen die het vaak moeilijk hebben zijn de “brusjes” of te wel de broertjes en zusjes van kinderen met de een of andere handicap, bijvoorbeeld kinderen met een vorm van autisme. 

  • “Mam , hij pakt steeds mijn playstation  af”!  “Ah, wees jij nou maar de wijste, laat hem nou maar en speel jij er dan strakjes weer mee”
  • “Als ik een vriendinnetje te spelen krijg, moet mijn broertje altijd van mijn moeder meespelen. Ze zegt dan dat het zo zielig voor hem is dat hij geen vriendjes heeft. Maar ik vind dat helemaal niet fijn…….
  • “Als mijn zusje een driftbui krijgt, wordt ze getroost, maar ik krijg straf als ik dat doe…..”
  • “We kunnen nooit eens zomaar iets leuks gaan doen want daar kan mijn broer niet tegen.”
  • “Als er visite is vragen ze altijd aan mijn ouders hoe het nu met mijn broertje gaat maar naar mij?”

Kinderen die te dik zijn:

  • “Ik word vaak gepest op school. Dan zeggen ze bv vetgemest varken tegen me of ze laten me niet meedoen met tik spelletjes want ik kan toch niet hard genoeg lopen en ze kiezen me altijd als laatste bij de gym.”

Of kinderen waarvan ouders gescheiden zijn:

  • Ik hoorde in mijn bed altijd mijn papa en mama heel erg schelden tegen elkaar, daar werd ik heel verdrietig van. Nu zijn ze gescheiden en zegt mijn mama altijd hele lelijke dingen over mijn papa, maar ik vind mijn papa ook heel lief net zoals mama.”

Zo zijn er nog een aantal voorbeelden te geven van kinderen die het moeilijk hebben op één of andere manier.

Voor deze kinderen zou het kunnen helpen als ze met andere kinderen konden praten en spelen, die in dezelfde situatie zitten als zijzelf. Daarbij begeleid worden door iemand die hun problemen snapt en ze op weg kan helpen om daar mee om te gaan. Ik vind dat er werk gemaakt moet worden om deze vorm van ondersteuning aan kinderen te bieden

Anders is de kans groot dat ze in een zwaardere vorm van hulpverlening terecht komen dus in de 2e of 3e lijn van de gezondheidszorg.

Vroegtijdige interventie kan dit heel vaak voorkomen. Dat geldt evenzo voor kinderen met faalangst, kinderen met tekorten in sociale vaardig gedrag. Inzetten op tijdige onderkenning en interventies al dan niet individueel dan wel met groepsprogramma’s. De gemeente heeft weliswaar preventie en innovatiegelden gekregen maar deze worden nog onvoldoende ingezet.

Ik pleit voor vroegtijdig handelen bij jeugd om erger te voorkomen. Dit kan geld op duurdere zorg besparen als er te laat wordt ingegrepen. Indien dan toch blijkt dat 2e of 3e lijns hulp nodig is, vanwege ernstige problematiek, is de kans ook kleiner dat er dan geen geld meer is om die te kunnen bekostigen, zoals nu regelmatig blijkt. De geldpot is leeg en kinderen met ernstige problemen kunnen niet meer de zorg krijgen die ze nodig hebben. Ik vind dat dit ten alle tijden moet worden voorkomen.